Op naar oud en nieuw

(veel anders is er hier in Swansea niet te doen, dus dan maar bij “The Bark Mill Tavern” bivakkeren) O ja, het is ook nog een museum, dus we zijn tegelijk ook nog cultureel bezig 🙂 Toch nog gezellig! En de T-bone steakes komen er zo aan…

Niks mis mee!

Swansea, what about Swansea

Onze volgende stop op Tassie is Swansea, schitterend gelegen aan de Coles Bay, een baai die in verbinding staat met de Stille Oceaan, met een aan de overkant van de baai het Freycinet natuurpark.

Maar Swansea zelf, Swansea heeft weinig. En dan nog minder…

Maar het uitzicht vanuit ons huisje: SCHITTEREND

En niet dat we er voor thuis zijn gebleven, maar voor de fun nog wat foto’s over de dag genomen…

(als we thuis zijn zal ik de foto’s nog wel even nabewerken)…

Op weg naar Swansea: Longford

Onderweg naar Swansea stopte we even in Longford.

Wisten wij veel, maar Longford bleek een echte formule 1 historie te hebben!

In de jaren 50 en 60 werd in Longford de Grand Prix van Tasmanië gereden. Het circuit ging dwars door het dorp, ging over een brug, onder een treintunnel door en over een spoorwegovergang. Het verhaal ging dat bij 1 van de races een lokale machinist zijn trein op de spoorwegovergang stil zette zodat de versnellingsbak van de auto van de, ook lokale, favoriete coureur gewisseld kon worden!

De race was zo populair dat 1 op de 5 inwoners van Tasmanië op het evenement af kwam. Pluspunt van deze grand prix leek te zijn dat je vanuit de pub de race auto in een haakse bocht voorbij kon zien komen. De sporen daarvan waren nog steeds zichtbaar: in een poging om omstanders te ontwijken ramde 1 van de bolides de pub. De sporen waren nog steeds zichtbaar…

Tasmanië in ’t algemeen

Na de eerste paar dagen op Tassie even tijd om wat algemene indrukken samen te vatten…

Ja, Australiërs zijn “laid back”, totdat je het vergelijkt met de Tassies. Het lijkt wel of de tijd hier stil heeft gestaan, of nog steeds staat. En niemand stoort zich er aan…

Tassie is groen, er staan echte bomen. Zeker in de Australische Outback, maar ook dichter langs de kust, valt het bijna ontbreken van oude bomen op. Wellicht komt dat door het duizenden jaar oude Aboriginal gebruik om gebieden waar ze een tijd gewoond hebben plat te branden… Tassie is groen. Veel bomen, bossen, bijna het tegenovergestelde.

De wegen in Tassie zijn niet recht. (Bijna) nergens. Op de “Tasmanian Eastern Highway”, overal gewoon 2 baans (dus 1 per richting) is de maximale snelheid 100 kilometer per uur. Behalve als er bochten zijn, dan is de adviessnelheid vaak 35, 55 of 65. En dat geldt dus voor drie kwart van de hele “high way”… Wel een paradijs voor motorrijders!

Tasmanian Devil en ander dierenspul

Mountain Valley Wilderness Retreat is een verhaal op zichzelf.

Zoals gezegd, op een uur rijden van het dichtstbijzijnde dorp, met de laatste 5 kilometer onverharde weg en de laatste 15 kilometer geen mobiele dekking… Daar lag ons onderkomen…

Len, de eigenaar van het zelfverklaarde natuurgebied heeft een stuk of 6 ingerichte blokhutten als B&(geen) B. Naast de gasten in de blokhutten woonden er ook “Tasmaanse Duivels” op het grondstuk, samen met een uniek Tasmaanse kangaroo type, een stuk kleiner (60 centimeter), maar net zo leuk om te zien.

Omdat de duiveltjes erg schuw zijn legde Len iedere avond vlees neer om de duiveltjes over hun schuw heide heen hielp. Voordeel voor de duiveltjes zelf is dat ze niet zelf op zoek hoeven naar “road kill” en daardoor zelf het slachtoffer zouden worden.

Voordeel voor ons: vanuit de blokhut goed zicht op deze “vleesetende wrede roofdiertjes”

De Tasmaanse mini kangarootjes stoorde zich er niet aan…

(we moeten nog even een paar mooie foto’s vanuit de vele die weg maakt hebben uitzoeken om hier bij te zetten. We hebben ook een usb stick vol met foto’s van de bewegingscamera die Len voor onze hut had opgesteld…)

Nog meer dierenspul: het vogelbekdier (Platypus). ’s Avonds om een uur of half 9 vertoont het vogelbekdier zich soms in het riviertje. Onder leiding van Len hebben we een poging gedaan om ze te zien en er een foto van te maken, maar veel meer dan wat kringen in het water hebben we er niet van gezien helaas.

Op naar Tassie

De vlucht van Melbourne naar Devonport op Tassie (oftewel Tasmanië) duurt maar een uurtje. Waarschijnlijk is dit niet zo’n populaire route want we vlogen in het kleinste vliegtuigje van al onze binnenlandse vluchten: een Dash 8-400. Maximaal 50 passagiers. Het vliegveldje van Devonport is miniem: alleen maar een start-landingsbaan, verder geen taxibanen of wat dan ook. Dat we aankwamen stond er ook geen enkel ander toestel… Het ophalen van de huurauto, een Toyota Corolla, was dan ook snel geregeld.

De B&B was “self catered”, oftewel, neem alles wat je wilt eten zelf mee. Omdat de B&B op ongeveer 1 uur vaan de dichtstbijzijnde winkel ligt hebben we in Devonport de lokale Coles en de vlak daarbij liggende bottle store maar even leeg gekocht.

Dat Google Maps niet altijd ideaal is bleek ook. Omdat we op een gegeven moment geen gsm dekking meer hadden (in ik de kaart nog niet gedownload had), hebben waarschijnlijk een afslagen gemist en hebben we minstens 5 kilometer op een smalle, onverharde weg de verkeerde kant op gereden. Met een dikke laag stof op de Corolla tot gevolg.

Pinguïns in St Kilda

De pinguïn kolonie in St Kilda bleek een attractie met grote bekendheid te zijn. Na zonsondergang komt een (kleine) kolonie pinguïns na “de jacht” overnachten op de pier van St Kilda.

Omdat we op tijd wilden zijn en de zon om kwart voor negen onder zou gaan, dachten we dat half 8 wel een goeie tijd zou zijn. Een paar honderd mensen waren het daar niet echt mee eens dus dat wij daar aankwamen was het al ernstig druk. En het werd steeds drukker.

Uiteindelijk om een uur of half 10 kwamen de eerste pinguïns aan land. Wel gaaf, een klein exemplaar liep zonder zich ergens iets van aan te trekken vlak voor ons langs. Het nemen van meer foto’s lukte door de donkerte niet echt. Hopelijk komen we nog meer pinguïns tegen, wellicht op Tassie.

Nog een keertje Melbourne

Na veel zoeken had ik toch nog een markt gevonden die gewoon open was: South Melbourne Market. Een overdekte markt, niet vreselijk groot maar wel met veel variatie. Volgens TripAdvisor reviews was deze markt eigenlijk veel leuker en minder toeristisch dan de bekendere Queen Victoria markt. En, met de Myki card, super eenvoudig te bereiken.

Over de cruise op de Yarra river zal ik het maar niet te uitgebreid hebben. Nadat we vertrokken waren werd medegedeeld dat er een probleem was met de microfoon, dus was de enige optie “to enjoy the view” eigenlijk was het dus niet meer dan een overtocht met een pont… Gelukkig kregen we naderhand ons geld weer terug maar het was wel zonde van de tijd.

Tweede kerstdag: boxing day

Het openbare vervoer in Melbourne is ideaal. Overal trams en een OV kaart (de Myki card) die je bij iedere 7 11 op kan waarderen. Sowieso is het openbare vervoer in het centrum helemaal gratis. Ook handig, alle haltes hebben een naam maar ook een nummer. Zo kan je makkelijk nagaan na welke haltes je er uit moet. We waren even bang dat er op 2e kerstdag veel winkels dicht zouden zijn. Niet dus: alle winkels waren open en hadden volop kortingsacties. Prop volle winkels dus en bij de “dure merken” winkels zelfs lange rijen voor de deur. Ook heel gaaf: overal traden muzikanten op. Sommige wat beter, sommige wat minder. Vooral 2 flamenco gitaristen (met een flinke hoeveelheid effecten) waren heel goed. Check them out: Opal Ocean, ook te vinden op Spotify.